De Armeense historicus Levon Panos Dabağyan is het helemaal zat. Volgens Dabağyan wordt de discussie rondom de Armeense ‘genocide’ van 1915 al te lang gedomineerd door Dashnaktsutyun (afgekort tot Taşnak; de Armeense Revolutionaire Vereniging).

Dabağyan hammert in zijn boek ‘The Armenian Relocation’ op het feit dat er sinds 1915 nog steeds geen direct bewijs is gevonden dat de Osmaanse overheid er nauw bij betrokken was. Hierop concludeert Dabağyan dat het dan “maar geen genocide genoemd moet worden. Er is tenslotte geen direct bewijs voor, en het indirecte bewijs werd tijdens de Maltatribunalen (1919-1921) niet als belastend genoeg gezien waardoor alle Osmaanse Turken werden vrijgelaten.”

Wat nu belangrijk is volgens Dabağyan is de toekomst tussen de twee volkeren: “in 1915 zorgde Dashnaktsutyun voor massale Armeense opstanden binnen het Osmaanse Rijk waardoor vele honderdduizenden Osmaanse Turken en Armeniërs het leven lieten, nu echter zit deze Dashnaktsutyun in de Armeense regering en zijn ze weer verantwoordelijk voor het armoedige leven van de Armeniërs. De Turken zijn in Malta vrijgesproken van schuld, nu moeten we Dashnaktsutyun berechten voor hun decennialange onderdrukking van het Armeense volk.”

Regeringspartij Dashnaktsutyun spendeert jaarlijks vele miljoenen dollars aan Armeense lobbygroepen over de hele wereld om zo druk uit te oefenen op de Westerse regeringen om de ‘genocide’ te erkennen. Dit terwijl Armenië tot één van de armste landen ter wereld behoort en vele Armeniërs een armoedig leven leiden. Het geld kan volgens Dabağyan veel beter besteed worden “aan een noemenswaardig bestaan van de Armeniërs dan aan extreemnationalistische waanideeën van Dashnaktsutyun over een Groot-Armenië”.

Persbericht © DeArmeenseKwestie.nl, 12 mei 2009