Het toonaangevende Turkije Instituut in Den Haag heeft in april 2009 aangegeven dat er in de Armeense ramp van 1915 “ongeveer 600.000 tot 800.000 Armeniers zijn gestorven.” Wat ook opviel in het onderzoek van het instituut, waar medewerker Marjanne de Haan haar scriptie over ‘de rol van de Armeense kwestie in de Turks-Europese betrekkingen’ schreef, was het consequente gebruik van het woord “genocidekwestie”.

Turkije Instituut, opgericht door oud-minister en tevens hoogleraar Brinkhorst alsmede hoogleraar Turkse Studies Erik-Jan Zürcher, geeft verder ook aan dat het gebrek aan intentie ook naar voren komt in de archieven. Er is namelijk nog steeds geen document gevonden waarin het Osmaanse bestuur opdracht geeft tot ‘vernietiging’ van het Armeense volk. De Armeense groepen die in de 20ste eeuw documenten overhandigden aan rechtbanken werden al snel ontmaskerd als fraudeurs, omdat onderzoek aantoonde dat de documenten vervalsingen waren. Hedendaags accepteert geen van de serieuze objectieve historici deze documenten; de Armeense lobbygroepen, waaronder socioloog Vahakh Dadrian, erkennen de documenten wel maar laten daarmee hun subjectiviteit blijken.

Hiermee komen we gelijk op het grote probleem van de Armeense lobbygroepen, het academische debat wordt gehinderd door de vele vervalsingen van documenten door Armeense fanatiekelingen. Ook misbruiken “politieke tegenstanders van Turkse toetreding tot de EU, Turkije’s ontoegeeflijke standpunt over de kwestie als een blijk van ongeschiktheid”, aldus de website van het Turkije Instituut.

Persbericht © DeArmeenseKwestie.nl, 12 mei 2009