Na de Armeense relocaties wijdden de Armeniërs zich vooral aan aanslagen om hun doel van een Groot-Armenië kracht bij te zetten. Zo werden Talat Paşa en Cemal Paşa in 1921 vermoord, de moordaanslagen zouden zich uiteindelijk ook richten op Turkse diplomaten en ambassadeurs in Amerika, Europa en zelfs Nederland. In 1979 werd Ahmet Benler, de studerende zoon van de Turkse ambassadeur in Nederland, doodgeschoten door de Armeense terreurgroep ASALA. De moordenaar is nooit gepakt.

Ondanks de goodwill van Turkije om Armenië in 1991 als eerst te erkennen als onafhankelijke staat van het net ingestorte Sovjet Unie, nam Armenië een omstreden onafhankelijkheidsverklaring aan. In de onafhankelijkheidsverklaring staat tot op heden nog steeds dat het voornaamste doel het laten erkennen van de genocide en het creëren van een “Groot-Armenië” is, hiermee wordt verwezen naar gebied in Oost-Turkije.

Vlak na hun onafhankelijkheid verklaarde Armenië de oorlog aan Azerbeidzjan om zijn grondgebied over de grenzen van Azerbeidzjan uit te breiden. Deze oorlog van 1992 tot 1994 leidde tot 30.000 doden, één miljoen Azerbeidzjaanse vluchtelingen en de bezetting van ongeveer 24% van Azerbeidzjan door Armenië. Meteen na de bezetting van het gebied begon Armenië met het etnisch zuiveren van de Azerbeidzjanen, waardoor tot op heden 800.000 Azerbeidzjaanse vluchtelingen in tentenkampen wonen. Hierdoor legde Turkije een boycot op aan Armenië, tezamen met vele internationale hulporganisaties die allen de agressie van Armenië veroordeelden. Ook heeft Turkije de grenzen met Armenië gesloten en wil deze pas openen als Armenië stopt met het geweld in de bezette gebieden van Azerbeidzjan.

Door deze economische sancties behoort Armenië momenteel tot één van de armste landen ter wereld, ruim 1/3 van de Armeense bevolking is geëmigreerd naar het buitenland waarvan een groot deel naar het welvarende Turkije. Hierdoor heeft Turkije aangeboden tezamen een onderzoekscommissie in te stellen naar de situatie rondom de relocaties, tot meerdere malen toe heeft Armenië het aanbod echter afgeslagen. Voorts wil Armenië zijn archieven ook niet openstellen voor historici om zo de acties van de terreurgroep Taşnak beter te kunnen overzien.


Wel is er een stap in de goede richting van de grootste internationale organisaties; de Verenigde Naties (die het woord genocide niet wil gebruiken), de Organisatie van Veiligheid en Samenwerking in Europa (die de Turkse thesis heeft aangenomen) en de Europese Unie (die een onderzoek wil naar de gebeurtenissen van 1915), die grote druk legt op Armenië om het voorstel van de Turkse premier Erdoğan zoals gedaan in 2001, 2002, 2005 en 2008 ten aanzien van een onafhankelijk historisch onderzoek nu eindelijk eens te accepteren.